📚 gids

Hoeveel groepen heeft u nodig in uw meterkast

Een praktische vuistregel voor het aantal groepen dat een gemiddeld huishouden tegenwoordig nodig heeft.

Hoeveel groepen een huishouden nodig heeft, hangt af van de grootte van de woning en het soort apparatuur dat wordt gebruikt. Een vuistregel helpt om snel in te schatten of uw huidige groepenkast nog voldoet of aan uitbreiding toe is.

Vuistregel per ruimte

Voor een gemiddelde eengezinswoning wordt vaak uitgegaan van minimaal 8 tot 10 groepen: één per verdieping voor algemene stopcontacten en verlichting, een eigen groep voor de keuken met inductie, een groep voor witgoed zoals wasmachine en vaatwasser, een groep voor de cv-ketel of warmtepomp, en reservegroepen voor toekomstige uitbreiding.

  • Algemene groep per verdieping voor verlichting en stopcontacten

  • Eigen groep voor inductiekookplaat en oven

  • Eigen groep voor wasmachine en vaatwasser

  • Eigen groep voor cv-ketel, warmtepomp of airco

  • Minimaal één reservegroep voor toekomstige uitbreiding

Wanneer u toe bent aan meer groepen

Signalen dat het aantal groepen niet meer toereikend is, zijn een groep die regelmatig uitvalt zodra meerdere apparaten tegelijk draaien, een groepenkast zonder vrije ruimte voor nieuwe aansluitingen, of plannen voor een laadpaal, zonnepanelen of warmtepomp die om extra capaciteit vragen.

Vooruitdenken loont

Bij vervanging van een groepenkast adviseren we altijd om niet alleen te kijken naar het huidige verbruik, maar ook naar wat er de komende 10 tot 15 jaar realistisch bij kan komen, zoals een laadpaal of zonnepanelen. Een paar reservegroepen erbij nemen tijdens de vervanging is een stuk goedkoper dan een paar jaar later de hele kast opnieuw open te moeten maken.

Stel je vraag direct