NEN 3140 schrijft geen vaste, overal geldende keuringstermijn voor. In plaats daarvan wordt de frequentie bepaald op basis van het risicoprofiel van de installatie en de omgeving waarin deze wordt gebruikt. Dat maakt het voor veel ondernemers lastig om zelf in te schatten hoe vaak keuring nodig is.
Richtlijnen per type omgeving
Voor een kantoor- of praktijkomgeving met beperkt risico wordt vaak een interval van 3 tot 5 jaar aangehouden voor de vaste installatie, met een jaarlijkse of tweejaarlijkse controle van draagbare arbeidsmiddelen zoals verlengsnoeren en gereedschap. Voor omgevingen met een hoger risico, zoals een werkplaats, horecakeuken of bouwlocatie, wordt vaak een jaarlijkse keuring van zowel installatie als arbeidsmiddelen geadviseerd.
Kantoor of praktijk, laag risico: installatie 3 tot 5 jaar, arbeidsmiddelen 1 tot 2 jaar
Werkplaats of horeca, verhoogd risico: installatie en arbeidsmiddelen jaarlijks
Na een verbouwing of uitbreiding: altijd een tussentijdse controle
Bij twijfel: eerste keuring uitvoeren en op basis daarvan een vaste termijn afspreken
Wat als er nog nooit gekeurd is
Is er nog geen keuringshistorie, dan adviseren we altijd te starten met een volledige keuring om een nulmeting te hebben. Op basis van de bevindingen, zoals de leeftijd van de installatie en het aantal geconstateerde gebreken, bepalen we samen een passende vervolgtermijn in plaats van blind een standaardinterval aan te houden.
Vastleggen in een onderhoudscontract
Veel bedrijven kiezen ervoor om de keuringstermijn vast te leggen in een onderhoudscontract, zodat de planning niet afhankelijk is van iemand die het moet onthouden. U ontvangt dan automatisch een uitnodiging zodra de volgende keuring ansteht, met een rapport en hersteladvies na afloop.